Peter ter Velde in Afghanistan.
|

Goed voorbereid op weg naar een conflictgebied

Alvorens je naar een risico- of conflictgebied afreist bereid je je voor door zoveel mogelijk te weten te komen over de plek waar je naartoe gaat. Volgens Hans Jaap Melissen doe je dat onder meer door artikelen te lezen die al eerder over het gebied verschenen zijn: “Als ik in Nederland ben volg ik bepaalde conflicten heel intensief op internet, dus dan houd ik die conflictgebieden in de gaten door te lezen wat er via de media beschikbaar is.” Verdiep je ook in de culturele achtergrond en juridische aspecten van het land. Peter ter Velde: “Eigenlijk alles wat je van een gebied te weten kan komen, probeer je te achterhalen.”

Ambassade

Naast je eigen voorbereiding – kennis verzamelen over het land en het conflict dat zich daar afspeelt – komen er ook wat administratieve zaken bij kijken die je dient te regelen voor vertrek. Het kan zijn dat je een visum moet aanvragen. Je kunt je ook als journalist laten registreren bij de Nederlandse ambassade in het land waar je naartoe gaat.

Belangrijk is wel om je ook weer uit te laten schrijven. De ambassade weet dan wanneer je het land hebt verlaten. Dit kan goed van pas komen als je voor het thuisfront langere tijd niet bereikbaar bent. Via de ambassade valt dan te achterhalen of je het land (veilig) hebt verlaten of nog in het land bent en dan misschien in een gevaarlijke situatie zit.

Verzekering

Het is ook van belang je goed te laten verzekeren. Als je niet voor een omroep werkt dien je dit zelf te regelen. Tien jaar geleden was verzekeren voor freelancers in een conflictgebied zeer prijzig. Tegenwoordig valt dit volgens Hans Jaap Melissen erg mee. “Inmiddels zijn de premies veranderd en is er een ander systeem gekomen. Zelf haak ik meestal aan bij een omroep waarvoor ik dan op stap ben. De KRO bijvoorbeeld. Als ik het verzekeren zelf moet doen kost het me 250 euro per week.”

Lees ook: We gaan op reis naar Syrië en nemen mee…

Veiligheidstraining

Via verschillende organisaties kun je een veiligheidstraining volgen voor journalisten die afreizen naar risico- en conflictgebieden. Op die trainingen leer je onder meer iets over een goede voorbereiding vóór vertrek en hoe te handelen in gevaarlijke situaties.

Peter ter Velde is naast zijn werk als binnenlandverslaggever voor de NOS ook docent bij de cursus ‘Verslaggeving in conflictgebieden’ van de NVJ Academy. Hij is van mening dat journalisten die naar conflictgebieden afreizen eerst een cursus zouden moeten volgen. “Alles wat je in je voorbereiding kunt doen scheelt. Dus ook in dit geval is het voor je voorbereiding van belang.” Zelf heeft hij geen cursus gedaan voordat hij voor het eerst als verslaggever in een risicogebied terechtkwam. “Ik was correspondent in Israël van 1996 tot 2001. In 2000 brak toen de Intifada (opstand in de Palestijnse gebieden tegen de de Israëlische bezetting, red.) uit en zat ik onverwachts in een oorlogsgebied. Ik wist natuurlijk ook niets, maar zat plotseling tussen schietende Israëliërs en schietende Palestijnen en dat was een compleet nieuwe ervaring.”

Peter ter Velde voor de camera van cameraman Eric Feijten.
Peter ter Velde voor de camera van cameraman Eric Feijten.

Toen Ter Velde in 2001 vervolgens terugkwam van vijf jaar correspondentschap en overstapte van radio- naar televisiejournaal, is hij cursussen gaan volgen.

“Dat heeft me buitengewoon geholpen. Ik bedoel, ik heb het zelf geleerd door schade en schande, maar tijdens die cursus leer je zo verschrikkelijk veel, dat je denkt van: ‘Oeh, ik heb toch wel op een aantal vlakken fouten gemaakt’.”

Een voorbeeld daarvan was ter Velde’s reactie midden in de vuurregen in Israël. “De eerste keer dat er geschoten werd, dat was in Ramallah, begon ik weg te rennen. Dat is precies wat je niet moet doen. Je moet liggen, jezelf klein maken en beoordelen. Kijken wat er gebeurt. Zien wie waar naartoe schiet, waar schiet de ander naartoe en hoe kom ik veilig uit deze situatie? Als je rent ben je groot en dus een makkelijk doelwit. Je bent dan veel makkelijker te raken, dus je moet je juist klein maken. Je handelt natuurlijk in een soort opwelling, je schrikt heel erg en je wilt onmiddellijk wegwezen, maar het kan dus gevaarlijk zijn. Dat leerde ik toen wel, want de volgende keer deed ik het niet meer zo, maar die eerste keer had het wel fout kunnen gaan.”

BEKIJK: Safety Stream biedt freelancers basiskennis over veiligheid

Het medische deel van de training

Hans Jaap Melissen heeft ook een veiligheidstraining gevolgd. “Het meeste dat ik daar hoorde, wist ik al of deed ik al. Ik was toen al actief als oorlogsverslaggever. De medische training, Eerste Hulp Bij Oorlogsongevallen, die er ook bij hoorde vond ik nog een nuttige, maar voor de rest heb ik er niet zo heel veel op gesteund, omdat ik het allang deed.”

Op die medische training leer je onder meer hoe te handelen als je gewond raakt. Ter Velde: “Stel je voor dat jij een kogel door je arm heen krijgt, om maar een niet al te dramatisch voorbeeld te noemen, dan is het wel goed om te weten ‘wat moet ik doen?’. Dat kun je door schade en schande zelf leren, maar het helpt natuurlijk als je daarvoor een cursus volgt.”

BEKIJK: Op bezoek bij Reporters Instructed in Saving Colleagues (RISC)

Gijzeling voorkomen

In de cursus leer je ook principes te hanteren om gijzeling proberen te voorkomen. Één daarvan noemt Ter Velde het ‘kameleon-principe’. “Dat je één wordt met je omgeving, maar ook dat je nooit routine hebt in wat je doet. Dus je gaat niet elke dag om acht uur de deur uit en gaat dan rechtsaf. Je varieert in tijden, je varieert in plaatsen, je varieert in vervoersmiddelen en je varieert in momenten, om zo maar risico’s te vermijden. Er hoeft maar één iemand te zijn die je in de gaten houdt die denkt: ‘Verdorie, hij gaat elke morgen om acht uur weg.’ Dat moet je voorkomen.”

De cursus van de NVJ Academy duurt drie dagen en wordt gegeven op het terrein van Defensie in Harskamp. Hier worden ook gijzelingssituaties nagebootst. Verder leer je er munitie en mijnen herkennen en hoe te handelen bij checkpoints en wegblokkades.

Lees ook: Een ontvoering in Syrië, verstript

Fixer

Een fixer vertaalt, regelt en is je gids. Om goed te communiceren met de mensen in het land is het noodzakelijk een goede fixer te hebben. Als je nooit eerder op de plek van bestemming bent geweest en er niemand kent, kun je dit via via regelen. Peter ter Velde ging voor de eerste keer naar Afghanistan en kende daar nog niemand: “Je landt op een vliegveld en moet daar iemand hebben die je oppikt. Ik heb een collega journalist gebeld die daar al vaker had gezeten. Ik wist dat hij daar een fixer had die wel goed was. Die heb ik benaderd. Hij kon niet, maar had wel weer een vriend die heel goed was en ook voor andere media werkte.”

Het heeft streng de voorkeur dit van tevoren te doen, maar bij Ter Velde is het ook een keer anders gelopen: “Het is weleens gebeurd dat ik blind een gebied inging, omdat er gewoon te kort tijd was. Op het vliegveld probeer je dan iets te regelen, maar dat heeft niet de voorkeur. Als er tijd is en je de mogelijkheid hebt om zaken van te voren te regelen, dan moet je dat doen.” Een fixer is niet alleen handig als tolk om te kunnen communiceren met de bevolking. Als je in een gevaarlijke situatie terechtkomt ben je over het algemeen op jezelf aangewezen, maar de rol van de fixer is hier ook aanzienlijk. Ter Velde:

“Natuurlijk is het belangrijk dat je in elk conflictgebied waar je zit een klein team vormt van lokale mensen om je heen. Mensen die je echt helemaal vertrouwt. Dat is je fixer en dát is je chauffeur. Als die mensen echt onderdeel van je team zijn moet je helemaal op ze aankunnen, maar ook heel erg goed naar die mensen luisteren. Zij verstaan de taal, zij kennen de straat, zij weten wat er omgaat in het land. Jij komt als een soort toerist binnenlopen, dus je weet niets. De ene baard die je ziet is dezelfde als de andere baard, maar voor hen… Zij zien het verschil. Zij zien het verschil waar mensen toe behoren. Zij zien het verschil in de straten. Het beeld van vandaag is niet het beeld van gister, dus als je met een klein team van lokale mensen werkt moet je ook honderd procent naar ze luisteren. Dat is eigenlijk het belangrijkste punt waar je in eerste instantie op aangewezen bent. Zij kunnen jouw leven redden op het moment dat het fout gaat”.

BEKIJK: Zorgt er wel iemand voor de fixer van de correspondent?

Informatie delen

Volgens Peter ter Velde is ook het delen van informatie met de mensen met wie je werkt van belang voor je veiligheid .“Het is van essentieel belang dat je zoveel mogelijk informatie aan je thuisfront achterlaat. In mijn geval was dat een redactielid bij de NOS die alles van me wist. Hij wist met wie ik reisde, waar ik naartoe ging, hoe ik me verplaatste. Hij wist alles. Op het moment dat het fout gaat weet hij ook: ‘waar was hij de laatste keer?’, ‘wanneer heb ik voor de laatste keer contact met hem gehad?’, ‘waar zat-ie?’. Zodat je dan vervolgens op te sporen bent. Dus zoveel mogelijk informatie achterlaten aan thuis: je medium, een contactpersoon of wat dan ook.”

Dat het natuurlijk niet altijd mogelijk is om je thuisfront op de hoogte te stellen als je je in een oorlog bevindt, bewijst Hans Jaap Melissen in 2011 als hij tijdens een middaguitzending van het NOS Journaal vanuit Libië aan de telefoon is met nieuwslezer Herman van der Zandt.

“Ineens komt er een granaat langs en wordt de verbinding verbroken. Ik had dekking gezocht en ben blijven liggen, maar ik was gevallen omdat die granaat nogal hard langskwam en er nog veel meer achteraan kwam. Ik wist niet precies van wie en waar. Het gaat natuurlijk altijd erg chaotisch. Ik moest daar weg en kon mijn telefoon niet opnemen. Achteraf zag ik aan mijn gemiste oproepen dat de redactie me wel veertig keer heeft geprobeerd te bellen. Die was natuurlijk ongerust en dacht ‘misschien is hij wel dood’. Op een gegeven moment als je weer in veiligheid bent, kun je je telefoon beantwoorden en dan zeggen dat het in orde is.”

Volgens Peter ter Velde is het cruciaal om, met uitzondering van je vertrouwensclubje, zo weinig mogelijk informatie naar buiten te brengen. “In het land waar je bent, moet eigenlijk niemand dan jouw fixer en jouw chauffeur weten wat je aan het doen bent, waar je naartoe gaat en hoe je je verplaatst. In de meeste gevallen gaat het toch fout door mensen in de directe omgeving. Dat zijn mensen in het hotel of die je gewoon ergens hebt gesproken. Dat is een beetje in heel kort gezegd het plaatje dat ik kan schetsen. Zoveel mogelijk info aan thuis achterlaten, zij moeten alles weten. Je fixer en je chauffeur zoveel mogelijk informeren. Goed naar ze luisteren. Voor de rest moet het helemaal donker en zwart om je heen zijn, zonder enige informatie te delen met wie dan ook. Je gaat gewoon ergens naartoe op de bonnefooi. Je maakt geen afspraken, want hoe meer mensen weten wat je aan het doen bent, hoe gevaarlijker het voor je is. Daar komt het eigenlijk op neer.”

Kleding en apparatuur

De kleding die je draagt en de apparatuur waarmee je werkt, kunnen ook bijdragen aan je veiligheid. Welke apparatuur dat is, ligt er net aan welke tak van journalistiek je beoefent. “Je moet je eigen journalistieke materiaal bij je hebben en het moeten goede spullen zijn,” zegt Hans Jaap Melissen.

Hans Jaap Melissen aan het werk in Libanon.
Hans Jaap Melissen aan het werk in Libanon.

Peter ter Velde werkte met zijn cameraman in Afghanistan altijd met een klein cameraatje. “Zodat je niet al te zichtbaar bent op grote afstand. Het is allemaal wat makkelijker. Het is niet vanaf een kilometer al te zien dat iemand aan het filmen is.”

Het ‘kameleon-principe’ dat Peter ter Velde als veiligheidsmaatregel hanteert komt ook in de kleding weer naar boven. Tijdens zijn tijd in Uruzgan droeg hij Afghaanse kleding om niet op te vallen. Het is niet gebruikelijk om in elk conflictgebied het uiterlijk van de bevolking over te nemen.

“Het is per gebied verschillend. In Kabul bijvoorbeeld, was dat niet zo. In een stad als Bagdad ook niet. Daar droeg ik gewoon mijn spijkerbroek. Het verschilt inderdaad per gebied, maar in het algemeen is de stelling dat je als journalist zoveel mogelijk een kameleon bent. Je past je aan de kleuren van de omgeving aan. Ben je ‘embedded’, dan draag je geen roze t-shirt maar iets een beetje groen of bruin, zodat je niet teveel opvalt.”

“Als je in gebieden als Uruzgan, waar echt nooit buitenlanders komen, in gewone kleding loopt dan is het van kilometers afstand te zien dat daar hele aparte mensen lopen. Als je lokale kleding draagt valt dat veel minder op. Je bent natuurlijk wel herkenbaar als iemand dichtbij je staat. Die ziet dan natuurlijk wel dat je een buitenlander bent, maar je moet proberen om je zoveel mogelijk aan te passen aan de omgeving en aan de kleur. Om maar dingen uit te sluiten. In Uruzgan en Zuid-Afghanistan reisden we heel veel met de auto. Dan had ik een sjaal om mijn gezicht heen zodat ik niet van buiten de auto herkenbaar was. ‘Hé, daar zit een buitenlander in de auto!’, dat moet je gewoon niet hebben. Je hoeft maar door één iemand gezien te worden die het doorgeeft aan anderen en dat is niet goed.”

Lees ook: Zo gebruik je een kogelvrij vest in een conflictgebied

Amerikaanse televisieverslaggeving

Hans Jaap Melissen raadt aan een kogelwerend vest mee te nemen en een helm. “Die moet je niet permanent opzetten en niet opeens opzetten als je verslag voor de camera moet doen. Amerikaanse televisieverslaggeving noem ik dat”. zegt hij grinnikend. Als tip aan beginnend journalisten die naar een conflictgebied willen afreizen geeft Melissen mee om het niet enkel te doen om de reden dat je het een stoere baan vindt. “Ga erheen voor het verhaal en niet omdat je iets wilt bewijzen ten opzichte van je vriend of vriendin.”

Oorlogsjournalist worden alleen voor het geld, lijkt hem ook geen slim idee. “Als je het alleen maar voor het geld gaat doen, bestaat de kans dat je risico’s gaat nemen die niet verantwoord zijn. Ik denk dat heel veel beginnend journalisten, die nog bezig zijn het vak van journalist te beheersen, dat misschien beter niet in de oorlog kunnen doen. Je kunt beter in Nederland beginnen met interviews af te nemen en na verloop van tijd eens proberen de lat hoger te leggen. Het is ook handig als je er talent voor hebt, denk ik. Dat je het heel goed kunt en en goed begrijpt hoe je moet werken in een oorlog. Dat je dat eigenlijk van nature al hebt. Maar ja, dat is niet aan te leren.”

Dit artikel verscheen eerder op De Nieuwe Reporter.

Vergelijkbare berichten