The Half King in New York. Foto Hans Klis
|

Overzees borrelen

De Overseas Press Club (OPC) klinkt exotischer dan zij is. In de overdekte tuin van The Half King, een café op Manhattan, staan een kleine twintig mensen. Bijna allemaal Amerikanen. De Deense redacteur van Mashable is de enige op de journalistenborrel die echt van ver komt.

Het woord ‘overseas’ moet ik maar met een korreltje zout nemen, lacht haar collega die in Brooklyn woont. Ik moet gewoon de East River, die Manhattan van dat stadsdeel scheidt, meetellen. Voor een organisatie die in 1939 is opgericht, moet er nog wel nagedacht worden over de ‘branding’ ervan.

The Overseas Press Club of America was founded in 1939 in New York by a group of foreign correspondents. The OPC seeks to maintain an international association of journalists working in the United States and abroad; to encourage the highest standards of professional integrity and skill in the reporting of news; to help educate a new generation of journalists; to contribute to the freedom and independence of journalists and the press throughout the world, and to work toward better communication and understanding among people.

De lage opkomst drukt de pret niet. Want heel vaak kom je collega’s bij media als Yahoo, The New York Times en NPR niet tegen. En met een biertje in hun handen zijn ze een stuk meer benaderbaar dan met een camera of microfoon. Uiteraard krijgen de journalisten korting op de drankjes – die anders zo duur zijn in New York – want waarom zouden ze anders komen opdagen?

Tussen de biertjes door blijkt de OPC toch exotischer te zijn dan gedacht. Zo woonde de journalist van “The Times” zeven jaar in Caïro en maakte hij de revolutie mee. De werkloze Amerikaanse radioman verhuisde uit Beiroet terug naar New York omdat zijn Libanese vrouw een studie wilde doen in de stad. Even geen oorlog en conflict voor hem in de rustige gezinnenbuurt Park Slope.

Toch levert de toevallige ontdekking van het bestaan van deze club journalisten op Twitter meer op dan oorlogs-anekdotes en een stapel visitekaartjes. Ook kennissen (en potentiële nieuwe vrienden?) die net als ik een plekje in deze gigantische stad proberen te vinden. Er bestaat immers geen Tinder voor vrienden, schreef mede-expat Arjen van Veelen vanuit St. Louis in een prachtig essay op De Correspondent. Maar met zo’n borrel kom je al een heel eind.

Vergelijkbare berichten